namen noemen,” zei mevrouw. „Zie je die blonde krullebol? Dat is Annie Merens. Hier heb je haar tweelingzus Meta. Dan Ada Wallen, TineDurieu en Willy Leendertz. Dat is nu mijn heele troepje en ik hoop van harte, dat jullie dikke vrienden zult worden.”
„Hiep, hiep, hoera!” riepen de jongens! „Mevrouw,” vroeg Jo, „mogen ze morgen allemaal in onzen wigwam komen. We houden dan receptie, vader, moeder en oom Wim komen ook.”
„Ja, dat is best, hoor! Tenminste als moeder het niet te druk vindt.”
Moeder vindt het heel best,” klonk nu mevrouw Tervaart’s stem uit den anderen tuin.
„Moes, stap eens even op mijn voetenbankje,” zei Jo. „Dan kunt u alle meisjes zien.”
„Dag buurmeisjes,” zei mevrouw* Tervaart vriendelijk. „We zullen morgen eens nader kennis maken.”
„Heel graag, mevrouw,” stemden de meisjes in.
„Komt u met ze mee, mevrouw Cortelingen?” „Dat noem ik breken met oude traditie’s,” lachte mevrouw Cortelingen, „’t zou wat moois zijn, als ik eerst bij u kwam. Neen, eerst komt u allemaal bij ons. Ik ben de volgende week Zondag geheel op orde en dan verwacht ik u met het heele gezin.”
„U kunt gerust morgen komen,” vond me
70