„Klaar!” riepen Dé en Wim.
Mijnheer trok zijn handen weg, Mevrouw sloeg de oogen op en.... „O!” riep ze.
Daar stonden in paste] de twee sprekend gelijkende portretten van Jo en Rob.
Sprakeloos zat Moedertje er naar te kijken, ’t Was of de koppen leefden.
„Wim, wat schitterend,” zei ze aangedaan. ,,Wat heb je me daar blij mee gemaakt.”
„Dat is nu wel de beste herinnering aan Moedertjes herstel,” zei mijnheer Tervaart.
En toen moesten ze vertellen, hoe lang ze wel geposeerd hadden en wanneer Wini ze gemaakt had en Mevrouw gaf Jo en Rob een pluim, dat ze ’t in hun brieven zoo mooi verzwegen hadden.
De dag verliep verder recht gezellig en het dineetje was ingenoegeliik.
Aan het dessert mochten alle meisjes met Loe en Dien komen.
Toen allen gezellig bij elkaar zaten, schonk Wim de wijnglazen vol en terwijl hij zijn glas in de hand nam zei hij op ernstigen toon:
Lieve Aanwezigen,
Ik kan niet nalaten een paar woordjes tot U te spreken. Het hart is mij zoo overvol.
Laat ik dan beginnen, met ons aller innige blijdschap uit te spreken, met het feit, dat het liefste aller Moedertjes weer in ons midden zit.
Wat we allen gevoeld hebben, toen we haar
237