zoo lang moesten missen, behoef ik niet te zeggen.
Kit, dat we je nog lang mogen behouden, zoo gezond en stralend als we je vandaag terug gekregen hebben.
En dan moet me nog iets van het hart.
De volgende week ga ik weg, voor twee lange jaren.
De gedachte, dat Dé op mij wacht, in trouwe liefde, maakt me het afscheid lichter.
Dat Dé achterblijft bij IJ, Mevrouw Cortelingen, geeft mij volkomen rust.
Ik weet, dat TJ haar in die jaren zult vormen tot een vrouw, die in staat is, haar man gelukkig te maken.
En in mijn hart zal ik meenemen allen die hier aan dezen disch vereenigd zijn, mijn lieve, beste zus en zwager, mijn twee geliefde bolle-boozen en niet het minst,
de pleegdochters van
Mevrouw Cortelingen.
Een luid gejuich volgde op deze woorden en het was een geklink en gejoel, waaraan schier geen einde scheen te komen.
Maar toen vond Mevrouw Cortelingen, die bang was, dat de gastvrouw te moe zou worden, dat het genoeg was en onder een hartelijk afscheid en tot weerziens trok het heele troepje met haar naar huis toe.
238