moeder moest ze allebei nog eens hartelijk kussen.
Het was een heerlijke rit terug naar huis, het tweetal kon de oogen niet afhouden van moedertje, dat er zoo blozend en gezond uitzag.
Daar hield het rijtuig voor hun huis stil.
De straatdeur werd haastig geopend en zoo vlug als haar niet meer zoo jonge beenen het toelieten, holde Ant de stoep af en naar het rijtuig toe. Zij moest het portier openen. En met tranen in de oogen reikte ze mevrouw een mooie „blomket” aan.
„En asdat we u nog lang moge behouwe,” zei ze, terwijl ze Mevrouws hand bleef schudden.
In den gang viel moeder in de wijd geopende armen van Wim.
„Kit, lieve Kit, wat ben ik blij, dat we je zoo gezond terug krijgen,” jubelde zijn blije stem.
„En waar is je Deetje? Ik verlang zóó, mijn zusje te begroeten.”
Daar kwam Dé, die zich bescheiden op den achtergrond had gehouden, al naar voren.
Met een lieve, moederlijke beweging trok Mevrouw Tervaart het meisje naar zich toe en kuste haar harteiijk.
„We zullen echte zusters worden, kind,” zei ze op warmen toon. „Ik ben zóó blij voor jullie. Mijn jongen had geen liever vrouwtje kunnen kiezen.”
234