„De rijtuigen!” riepen de meisjes door elkaar.
Daar kwam het dienstmeisje binnen met een groote doos van den banketbakker.
„Wat is dat?” zei Mevrouw verbaasd.
De meisjes lachten geheimzinnig.
Mevrouw maakte de doos open en een verrukkelijke slagroomtaart lachte haar tegen.
Er lag een kaartje bij de taart.
Mevrouw nam het op en las:
„Voor ons pleegmoedertje, Dé en Juf, uit dank voor al de moeite.”
„Dat is lief van jullie,” zei Mevrouw, terwijl ze ze hartelijk bedankte.
„Hè, wat zullen we smullen,” zei Dé tegen Nettie.
„Hoef ik nog niet naar bed?” vroeg het kleine ding, dat met verlangende blikken naar de heerlijke taart keek.
„Neen liefje, je krijgt nog eerst een lekker stukje,” zei mevrouw.
„De rijtuigen!” liep Tine.
Een harde schel, gestommel in den gang, lachjes en. ... daar kwamen binnen een schattige Pierrot en Pierette, Dien en Rob. Ze hadden allebei witte costuumpjes aan, met groote vuur-roode pompoenen. Op Diens aardig kopje prijkte een beeldig wit steekje, ook al versierd met roode balletjes en Rob had een groot en witten punthoed op z’n ondeugende bol met drie roode pompoenen.
217