Vlug stonden Ada en Wil, die de weekbeurt hadden op, en onder vroolijken kout werd de tafel keurig opgeruimd en gedekt voor den maaltijd.
Oom Wim was teruggekeerd uit Arosa en bracht heerlijke berichten van moeder mee.
De hoest was bijna weg en ze was in die acht dagen twee pond toegenomen in gewicht.
De dokter die moeder behandelde, had uitdrukkelijk gezegd, dat ze geheel zou herstellen en na een maand of drie als een gezonde, flinke vrouw terug zou komen.
Dat gaf groote vreugde in de twee families en Jo vooral was uitgelaten van blijdschap.
Ze zong den gelieelen dag en haar gezichtje stond zóó stralend, dat allen er zich in verlustigden.
Oom Wim bleef op uitdrukkelijk verlangen van Mijnheer Tervaart en Rob, gesteund door Ant, die blij was „den jongeheer” weer eens te kunnen vertroetelen, nog een poosje daar lo-geeren.
Natuurlijk werd hij direct in beslag genomen door de buurmeisjes om ze te helpen bij het kiezen van de costumes en ze hadden een heerlijke hulp aan hem, want ’t was een kolfje naar Oom Wims hand.
213