Het heele stel trok er nu op uit om Dien te halen, die nog aan het piano studeeren was en ’t natuurlijk ,,dol” vond om mee te gaan.
,,Dan blijf ik even op je wachten,” zei Jo, ,,Gaan jullie dan maar vast de boodschappen doen.”
„Maar ik ben zoo klaar,” zei Dien, doch toen Jo haar ongemerkt op den voet trapte, begreep ze, dat Jo iets in den zin had en zei gauw:
„O, maar ik moet nog even een briefkaart schrijven, gaan jullie dan toch maar vooruit.” „Waar vinden we jullie dan?” vroeg Dé.
„In de Langstraat)” zei Jo. „Daar moeten jullie toch alle boodschappen doen.”
Toen de meisjes weg waren zei Jo:
„Vooruit Dien, gauw mee, ik ga wat bloemetjes in een aardig vaasje voor ze koopen, dat zetten we dan op dat leuke tafeltje in hun zitkamer neer.”
„Ja fijn,” zei Dien. ,,Ik betaal de helft, hoor!”
„Hè nee, Dien, jij hebt haast niets meer en ik heb een riks van Vader gekregen.”
„Dan koop ik een klein plantje, ik heb warempel nog drie kwartjes over. Zuinig geweest, hè?”
„Ja, bar!”
Ze holden nu langs een anderen kant naar den bloemist, zochten een beeldig donker vaasje uit. waarin ze kleine witte chrysantjes lieten
201