gebracht had en waarin ze nu samen naar huis reden.
En daar mocht Jo haar tranen den vrijen loop laten.
Met haar kopje tegen Mevrouws schouder snikte ze haar verdriet uit en de lieve vrouw, die zoo goed wist wat leed was, streek zacht over Jo’s haar en liet haar rustig uithuilen.
Toen ze thuis kwamen stonden alle meisjes ze al op te wachten en Mevrouw liet Jo aan hun goede zorgen over, wel wetend, dat ze bij haar vriendinnen den besten troost zou vinden.
„Zalig, dat we vanmiddag niet naar school hoeven,” zei Tine. „We zullen ons vrije Woens-dag-middagie goed gebruiken, hoor!”
„Laten we vanmiddag de zitkamer inwijden,” zei Dé,
„Een reuzen-idee,” ond Ada.
„Maar zeg, hebben we nu nog wel geld genoeg voor een fuif?”
„Ik heb nog een massa geld,” zei Willy blij. „Den laatsten dag van de vacantie heeft moeder me in een royale bui tien pop gegeven en daarvan mag ik koopen waar ik zin in heb. Nou, je begrijpt, hé!”
„Nee maar dat vind ik zoo klaplooperig,” zei Tine. „Wij allemaal op jouw beurs teren.”
„Laten we eerst kijken, wat we nog bij mekaar kunnen grabbelen,” zei Ada.
198