Op die dagen gaat Rob bij Loe en blijft bij hem eten, dat heeft Loe’s moeder prettig voor den jongen bedacht, en dan maken de jongens ’s avonds samen hun huiswerk. Rob heeft altijd zooveel werk, dat de avonden voor hem gauw voorbij zijn.”
,,Mooi, dat is dus in orde. En dan spreken we af, dat de Zaterdag en Zondagavond door Uw man en Rob ook bij ons worden doorgebracht, tenminste, als ze niets beters hebben.”
„Hoe zouden ze iets beters kunnen hebben,” zei mevrouw Tervaart dankbaar.
„Wat is alles nu heerlijk geschikt, ik zal, dank zij Uwe goede zorgen met een volkomen gerust hart weggaan.”
De twee dames bleven nog een poosje met elkaar praten en toen Jo thuis kwam, vond ze een blij en opgemonterd moedertje.
Den volgenden dag kwam de professor en na een lang onderzoek, was deze van meening, dat Mevrouw Tervaart een poosje naar het Zuiden moest, vooral de drie ergste wintermaanden en als ze dan genoeg aangesterkt was en de hoest geheel weg, dan mocht ze weer in den huiselijke kring terug keeren.
Het was een hard gelag voor allen, want ach, ze hingen zoo aan het teere moedertje en ze waren zoo gewend, haar altijd thuis te vinden.
Maar moeder nam de uitspraak zoo kalm op en was zóó hoopvol en blijmoedig, dat ze allen
196