waren Jo en Dien geïnviteerd om de plechtigheid bij te wonen.
De meisjes waren al de geheele week aan het beraadslagen om haar gasten op feestelijke wijze te ontvangen, er werd gefluisterd en gelachen en geheimzinnige pakjes werden naar binnen gesmokkeld.
Mevrouw en Juf deden alsof ze niets zagen en vroegen ook niets.
Eenige dagen vóór den gewichtigen avond, zat Mevrouw met Juf in de huiskamer goed te verstellen, toen plotseling het bezoek aangediend werd van een oom van Dé uit Arnhem.
Mevrouw begaf zich naar den salon waar zich een tamelijk bejaarde heer bevond, die zich voorstelde als de broer van Dé’s Vader.
,,Ik kom met een zeer onaangename tijding, Mevrouw Cortelingen,” sprak de heer Verheuts.
Mevrouw had reeds bij zichzelf de opmerking gemaakt, dat Dé’s Oom er zeer aangegrepen uitzag.
,,Toch geen slecht nieuws uit Indië voor Dé?” vroeg Mevrouw angstig.
,,Zeer slecht nieuws, helaas. En vóór ik met Dé spreek, zou ik gaarne een gesprek met U hebben.
Ik kreeg vanmorgen een telegram met het ontstellend bericht, dat mijn broer plotseling aan een hartverlamming overleden is.”
Mevrouw Cortelingen ontstelde hevig.
185