,,0, wat schaam ik me!” riep Dé. „De laatste aan tafel.”
„Niets erg, hoor meisje,” zei dokter, „’t Is wel eens héél goed voor je om flink uit te slapen.”
„Nu, maar morgen zal ik op tijd zijn,” beloofde Dé.
„Moet je maar gelooven,” plaagde Tine. „’t Is altijd zoo’n ouwe snurkert. Als ik haar
’s morgens niet d’r bed uithaalde ”
„O, wat jok je Tine,” verdedigde Dé zich. „Ik ben steeds op tijd aan het ontbijt.”
„Ja, hoor schattebol, maak je maar niet dik, ik wou je maar een beetje plagen.”
„En wat zijn de plannen voor vandaag?” vroeg dokter.
„Die hebben we daar juist in den tam opge-maakt,” zei Leo.
„Laat hoor en, mijn zoon.”
„Vader, ga jij op de fiets of met het rijtuigje?” vroeg Tine.
„Ik maak uit die vraag op. dat het iets met jullie plannen te maken heeft. Maar, daar Leo aan het woord was, ben ik zoo vrij jou vraag te negeeren.”
„Hè, flauw Vadertje,” pruilde Tine. „Zeg ’t nou.”
„Leo, steek van wal,” gebood dokter,
„Nu,” zei deze. „We hadden gedacht, als U geen gebruik maakte van het rijtuig, dan van
170