Hè, wat een vervelende, droge brief. Ik wou, dat ik zoo friseh en pittig kon schrijven als jij.
Ik kom dan over drie dagen met den trein, die 11.23. te V. is. O, wat verheug ik me er op.
Dag Tinekelief, hartelijke groeten aan je Vader en broers, ook van Mevrouw. Nettie stuurt je 1000000000 kusjes, (ze gaf zelf op hoeveel nullen er moesten staan) en juf laat je ook hartelijk groeten. Dag! fijn, tot gauw!
je Dé.
Drie dagen na ontvangst van Dé’s brief, liep Tine, in een licht zomerpakje, een grooten zonnehoed op de blonde, krullende haren, ongeduldig op het perron heen en weer.
Daar kwam de dikke stationchef aangewandeld.
„Morgen Chef,” zei Tine. „Wat is die trein vreeselijk laat.”
De chef begon te lachen.
„De trein kan er nog niet zijn, juffrouw Tine. U is zeker een beetje ongeduldig.”
„Nou geen wonder, ik verwacht m’n vriendin, ” zei Tine blij en dan liet ze er in één adem op volgen:
„Hoeveel jongen heeft Lesley?”
„Zes, juffrouw Tine. Komt U ze straks even zien als de trein binnen is?”
163