VACANTIE
V Aug.’ 21.
Lieve Dé,
Natuurlijk heb ik me al zevenenvijftig maal voorgenomen ie te schrijven, maar ik stelde het iederen dag weer uit. Echt Tine, zul je wel denken. Neen maar, ik kon ’t nu heusch niet helpen, er was een ernstige reden voor.
Ik zie je snuit in gedachte, je gelooft er natuurlijk geen snars van.
En toch is ’t werkelijk waar. Je brave kamer-genoote had geen tijd om haar schattige bruintje een kattebelletje te zenden.
Je moet dan weten, dat mijn broer Leo een leelijke kou te pakken had. Ik zag wel aan Vadertjes gezicht, dat hij zich erg ongerust maakte en hij sprak er al over een pleegzuster
159