„’t Is gewoon een dot!” zei Tine, die in bewondering om het huisje liep.
„En nu hebben jullie ’t nog pas van buiten gezien,” lachte Mijnheer Tervaart.
„Ik ruik de koffie!” riep Oom Wim. „Allo, allemaal naar binnen.”
En nu maakte het geheele gezelschap z’n entree in Oom Wim’s woning. De aardige hall werd door allen om het hardst bewonderd.
„Wat een knollige rieten stoeltjes,” juichten de tweelingen en uitgelaten lieten ze zich neer in de makkelijke rieten meubeltjes.
Overal in de hall stonden frissche planten en Mevrouw Cortelingen, die er een groote liefhebster van was, uitte haar bewondering over de mooie planten, die zoo goed onderhouden waren.
„Daar zorgt Sambo allemaal voor,” zei Oom Wim.
„Wie is Sambo?” vroeg Loe nieuwsgierig.
„O, da’s waar ook, die hebben jullie nog niet gezien, ’t Is mijn keuken-, werk-, wasch- en ploeterneger.”
„Een echte neger?” vroeg Juf.
„Een wasch-echte, Juf. Ik heb hem overgenomen van een vriend die hem uit de Congo meebracht.”
„Waarom bleef hij eigenlijk niet bij je vriend?’ vroeg Mevrouw Tervaart.
„Mijn vriend beging de on vergeef lijke fout te
144