„Wat zal ’t eenig staan al dat wit,” toeterde W'il door den muur.
„Oom Wim maakt er vast een schets van,’’ spotte Tine. „Studie in wit!!!”
Daar kwam Juf met Nettie aangestapt.
„Kijk eens,” zei Dé, terwijl ze het kind naar zich toetrok. „De kleine dot ook al in ’t wit, wat schattig!”
„We hoorden zóó over wit praten,” lachte Juf, „dat we besloten Nettie in jullie kleur te steken.”
„Wat ben je mooi, Dé,” bewonderde Nettie, terwijl ze met groote oogen naar Dé’s lieve figuurtje keek, dat er in de linnen rok en blouse zoo bekoorlijk uitzag.
„Ja,” plaagde Tine. „Dé is je reinste „study in black and white”.
„Tine is ook mooi,” zei Nettie, die zeker bang was Tine te kort te doen.
„Kind, maak me niet ijdel,” dolde Tine. „’t Zou zoo jammer zijn, want er is geen haar kwaad aan me.”
„Poeh! ’t stuift hier,” lachte Juf.
„Ga maar gauw mee, Nettie. En jullie voortmaken, meisjes, over een half uur moeten we op stap.”
Ze kwamen allen op tijd aan de ontbijttafel en ’t was dien morgen tegen den regel in, een gepraat en gelach aan tafel, waaraan door Mevrouw en Juf net zoo hard werd meegedaan.
139