Toen kwam er geen einde aan het gejoel. Allebei krabbelden ze weer op. bonkten gelijktijdig op den stoel neer en zaten daar zoo te lachen, dat de tranen ze over de oogen liepen.
„Dat mag niet, over doen, over doen,” riepen ze allen door elkaar.
Maar het tweetal, moe van het hollen, bleef als zoutzakken zitten. Mevrouw die eindelijk van het lachen bekomen was, haalde een rol chocolade te voorschijn en zei:
„Ik vind, dat de twee kampvechtsters de rol maar samen moesten deelen, ’t was zóó’n harde strijd voor ze, ze hebben ’twèl verdiend.” Daar hadden ze allen vrede mee.
Maar Dé en Annie, die den prijs dankbaar aanvaardden, waren van meening, dat de fijne rol tot nut van ’t algemeen gebruikt moest worden en direct begonnen zij gul rond te deelen „Zoo, nu gaan jullie allemaal rustig zitten en zullen juf en ik nog eens inschenken.” zei mevrouw.
Allen gingen genoegelijk om de tafel zitten en er werd besloten nu een rustig spelletje te doen.
„Wat zouden jullie zeggen van spreekwoorden raden?” vroeg juf.
Dat vonden ze allen best en Loe werd verzocht er dan maar uit te gaan.
Na lang heen en weer praten werd besloten het spreekwoord „doe wel en zie niet om” te nemen.
1.21