Dé ontpakte een keurig kopje en schoteltje waar ze erg mee in haar schik was.
„Vooruit Dien,” zei Jo. „Mee naar huis, we moeten nog ontbijten. Dol, Dien eet vanmorgen bij ons.”
„En jullie allemaal de kamer af,” commandeerde Tine. „We moeten ons aankleeden, anders komen we te laat aan het ontbijt.”
Nu gingen alle nachtjaponnen naar hun eigen kamers en stapten Dé en Tine vlug hun bedden uit.
Toen Dé de, eetkamer binnen wilde gaan, schoot plotseling Mevrouw Cortelingen uit het kleine zijkamertje, waar ze vaak zat te schrijven en riep Dé binnen.
Terwijl ze haar met een hartelijken kus ge-lukwensehte zei ze op innig lieven toon:
„Kijk es, lieve Dé, ik wist geen beter cadeautje voor je te bedenken dan dit, ik hoop, dat ’t naar je zin is.”
Dé maakte het tamelijk groote pak haastig open en daar zag ze het levensgroot portret van haar eerste, onvergetelijke Moedertje.
Dé’s groote, donkere oogen vulden zich met tranen. Ze kon geen woorden vinden om mevrouw te danken, maar sloeg de armen om haar hals en gaf haar een kus w aaruit al haar dankbaarheid sprak.
„Ik vond ’t zoo jammer, kindje, dat je maar zoo’n klein portretje van Moeder had, daarom liet ik het vergrooten.”
.116