Het kleine ding klauterde op Dé’s bed en verstikte haar half in een warme omhelzing.
„Ik heb wat meegebracht ook,” zei ze trotsch en haalde uit het zakje van haar schort een klein pakje.
„Uitpakken, Dé!” beval ze.
Dé maakte met veel gewicht het pakje open en haalde er een aardigen, kralen ketting uit.
„Moet je om je hals doen,” lichtte Nettie haar in.
„O, ja, dottekop,” zei Dé, terwijl ze haar knuffelde. „Ik dacht, dat ie om m’n kleine teentje moest.”
Nettie schaterde van pret en riep maar: „Om Dé d’r kleine teentje!”
Een gestommel op den gang wekte echter eensklaps haar aandacht en terwijl ze op het bed begon rond te springen riep ze:
„O, daar komen ze, daar komen ze!”
„Zie ze daar gaan, met angstig gebaar, wat zal er toch gebeuren?” zong Tine uit haar bed.
Dé, heel nieuwsgierig, ging rechtop zitten. Het geschuifel van voetstappen kwam naderbij. Drie harde kloppen op de deur en binnen kwamen alle meisjes in hun nachtjaponnen, met kleurige ceintuurs van vloeipapier om en op hun hoofden kransjes van madeliefjes.
Annie, die vooropliep, droeg een rood flu-weelen kussen, waarop een doosje stond.
Voor Dé’s bed bleef deze potsierlijke optocht
Casa Bianca 8.
113