„Hoe kom je daaraan?” vroeg Fraulein scherp.
„Van me boewetje Gewwitje gekwegen,” zei Tine overmoedig.
„Wat zeg je?” vroeg Fraulein woedend.
„Een cadeau van mijn broeder Gerrit,” zei Tine op deftigen toon.
«Jij durft! Voor den eersten dag op school en dan zóó ongemanierd en brutaal! Je blijft allebei na vieren strafwerk voor me maken en je wordt verplaatst. Ik wist wel, dat ’t niet zou gaan, jullie daar bij elkaar.”
„Hu, stuk sjagrijn!” mompelde Dien.
Het lesuur was om en Fraulein verdween, nog zuurder, dan ze gekomen was.
Het volgende uur hadden ze rekenles van de Directrice.
„Laten we nu toch rustig zijn,” zei Jo smeekend. „Zoo lam, dat we nu niet meer bij elkaar kunnen zitten, als we erg ons best doen laat ze de straf misschien niet gelden.”
„Zuurdeesem zal haar wel ingelicht hebben,” zei Dien.
De Directrice kwam binnen en direct was er volledige rust.
Ze had een aangename manier van lesgeven, zorgde ervoor, dat de rekenles nooit droog werd en dit stelden haar leerlingen zeer op prijs. Bij de lessen van juffrouw Schoevers was altijd hun volle belangstelling en het was wel een der rustigste lesuren.
106