Jo keek op, vroeg met haar wenkbrauwen wat ze wilde.
„Pak aan,” zei Tine, en handig gooide ze haar de bonbon toe.
Jo maakte onder haar kastje het papiertje los en zag tot haar vreugde de verleidelijke bonbon.
Fijn, wees ze, met een handbeweging.
„Geef even aan Dien en Dé door,” fluisterde Tine weer.
Jo keek angstig naar Fraulein, doch die merkte niets.
Weer vielen er twee bonbons in Jo’s schoot, die handig naar Dien en Dé geloodst werden. Jo had nog net den tijd om „van Tine” te zeggen, toen Fraulein haar een beurt gaf.
Nu werden Tillv en Ada door Tine bedeeld. Ada, die dol op lekkers was, had niet de kracht met snoepen te wachten tot het lesuur om was, maar stopte gretig de heerlijke bonbon in haar mond. ’t Was een bizonder lekkere, zoo een met van dat plakkerige goedje van binnen, wat zoo lastig uit je kiezen en tanden te verwijderen is.
Ada zat met half gesloten oogen van genot, zalig te sabbelen.
„Ada, Welche Prapositionen regieren den Dativ?”
Ada schrok op. Jakkes, daar zat me dat plakkerige ding net tusschen haar kiezen. Ze deed
104