Wisselend getij

Titel
Wisselend getij

Jaar
1938

Druk
1938

Overig
1ed 1938

Pagina's
187



175

dat Jan’s oogen plotseling zoo verheugd oplichtten, maar ze schreef het toe aan belangstelling in den toestand van haar vader. Hetgeen het dan ook was, maar toch eenigszins anders, dan Pim ’t zich voorstelde. Jan had de pijp weer aangekregen en dampte als een schoorsteen.

„Hoe was ’t gisteren met je Vader?” vroeg hij dan.

„Zeg,” zei Pim, keel-schrapend, „je mag hier wel even luchten; als) straks de anderen komen, zul je wat hooren.” „O, sorry!” hij sprong op en schoof een raam open. „Echt najaar,” zei hij, naar buiten blikkend. „Ik moest het ijzer maar smeden zoolang het heet is,” ging het door z’n hoofd. „Nu is de oude Weldam in een best humeur en loop ik de kans, dat ie een wat lange verloving niet zoo heel erg zal vinden. En als ik lang wacht, zou ’t kunnen gebeuren, dat Pim op een goeien dag een ander ontmoet waar ze van gaat












Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt met OCR (Optical Character Recognition).
Deze techniek levert geen 100% correct resultaat op. Dat betekent dat er onjuiste tekens in de tekst kunnen voorkomen.


Weergave
Afbeelding / Tekst (OCR)

Alle boeken in deze digitale bibliotheek kunt u gratis lezen of downloaden. Met een vrijwillige donatie helpt u ons met het in stand houden en verder uitbreiden van de bibliotheek. Klik hier als u een bijdrage wilt overmaken.