154
Co’tje, trouw, warm wijfje! Ze kunnen voor mijn part al dat moderne gedoe van tegenwoordig cadeau krijgen. Ik hoop, als ik oud word, dat er dan een vrouw met net zulk wit haar hand in hand met me zal zitten.”
Toen trok hij zacht de deur dicht en ging naar beneden, waar hij Pim en Pol, die ook al als parkieten bij elkaar hokten, in kennis stelde met wat dokter gezegd had.
„Nogal hoopvol, hè baby’s? Geen hart-defect. Nou, ik kom straks nog eens kijken. Ik ga ’t nu eerst Chita even vertellen, die zal dan wel op een holletje hierheen draven, Bye!”
„Da’s waar ook,” zei Pol. „Chita weet ’t nog niet! Waar was ze dan toen Pim je kwam halen?”
„Bij Ties, die had haar gevraagd even te komen, want ze had haar iets belangrijks mee te deelen.
„’t Zal toch niet in verband staan met Ruth?” zei Pol, toen Maarten weg was.
„Dat weet ik niet. Maar is er dan iets gaande?”
„Ruth zegt niets, maar ik merk toch wel, dat er iets is wat haar hindert.”
„Jammer zeg! en Stefan? heeft die vrede met zijn beroep?” „Hij werkt met hart en ziel, maar ik heb toch het idee, dat hij het alleen doet om zoo gauw mogelijk naar Palestina te kunnen trekken.”
„Is daar dan kans op?”
„Ze krijgen nogal bemoedigende brieven van hun ouders. Wat zal ’t naar zijn als Ruth weg is. Ik heb me heel erg aan haar gehecht en dat doe ik niet zoo gauw, dat weet je wel. Nu ik zoo weinig meer aan jou heb, is ’t prettig, dat ik een vriendin als Ruth heb.”
Pim boog een beetje schuldig het hoofd. Had ze Pol niet erg verwaarloosd de laatste maanden? Gaf ze niet al haar vrijen tijd aan Jan? Ze was ’t zoo als vanzelf sprekend gaan vinden ’s avonds langs het strand te wandelen met Jan, had