132
Lize, bleek van nijd, trok het ventje van haar af, dat zich echter krampachtig aan Ruth vastklemde.
„Ga naar je land terug, misselijke indringster! Maar daar willen ze je ook niet!” riep ze, geheel buiten zichzelf.
„Ga naar je land terug, misselijke indringster!”
Ruth’s tanden bebeten krampachtig haar lippen en ze stond op het punt heftig uit te vallen. Toen, al haar kracht verzamelend, schoof ze het kind van zich af en ging naar binnen.
Ze was naar haar kamertje gehold, had de deur op slot gedraaid en was toen in huilen uitgebarsten.
De tranen hadden verlichting gebracht en na zich ver-