123
al die meisjes, waarbij ze heelemaal niet past en die haar uit de hoogte en onuitstaanbaar vinden.”
Jan Bork, zelf uit een eenvoudig milieu komend — z’n vader was veearts en het gezin telde zes kinderen — had nooit ontbering gekend, maar van luxe was bij hun nooit sprake geweest. Toch kon hij goed aanvoelen wat deze over-gang voor een meisje als Pim moest beteekenen en van den eersten dag van haar komst op kantoor had hij getracht het haar lichter te maken.
Het was bij de collega’s niet onopgemerkt gebleven en er werden hatelijke toespelingen gemaakt op zijn attentie’s voor „de barones”, zooals ze Pim spottend noemden.
Hij had zich er niets van aangetrokken en was rustig voort gegaan Pim te helpen waar hij maar kon.
Ze had direct indruk op hem gemaakt, zooals hij haar dien eersten morgen, wat onbeholpen voor haar schrijfmachine had zien zitten. De zon had op haar goud-gelokt kopje geschenen en om haar kleinen mond was een trek geweest als van een klein kind, dat op het punt staat in huilen uit te barsten.
Telkens waren dien morgen zijn blikken naar haar af gedwaald en hij had gezien hoe zenuwachtig haar zoo goed onderhouden handjes zich over de toetsen van de machine bewogen. Natuurlijk waren haar eerste brieven vol fouten geweest en de personeel-chef — de door Pim zoo vurig gehate Bakels — had dit heelemaal zoo erg niet gevonden, al keek hij Pim grimmig aan.
Jan Bork had haar zoo graag dien morgen wat gerustgesteld, gezegd, dat ze niet zoo verschrikt moest kijken, want dat Bakels de meest geschikte baas was, die er op God’s aardbodem rondbeende.
Maar Pim was die eerste dagen zóó ongenaakbaar, dat hij haar niet durfde aanspreken.
Een scheef schuivend schrijfmachine-lint was oorzaak ge