109
„Nu niet overgevoelig zijn,” dacht ze. „Het zal wel beter worden.”
„O, daar zijn ze al!” riep Titia. „Dat is ter eere van juffrouw Ruth. Onze kleintjes gaan u tracteeren op een proefje van de rhythmische gymnastiek, die juffrouw Annie iederen dag met hen uitvoert. Ze doen het zoo dolgraag, dat iedere gelegenheid aangegrepen wordt om te toonen hoe goed ze het wel kunnen.”
Twaalf kleintjes in hel-groene badpakjes kwamen nu naar buiten getreden en wachtten met ernstige gezichtjes af, tot juffrouw Annie het sein van beginnen zou geven.
In de kamer draaide de groote gramofoon een opwekkende marsch. Juffrouw Annie, een gong in de hand, gaf hierop een flinken slag en de twaalf kleintjes, de bruin verbrande armpjes voor zich uit geheven, maakten nu de verschillende passen en standen.
„’t Is om ze op te peuzelen!” riep Pim, die het ook voor de eerste maal zag.
„Hoe vin-je dat kostelijke rijstbuikje,” lachte Pol, toen een kleine, dikke vent dapper langs hen heen marcheerde.
Bij iedere nieuwe oefening gaf juffrouw Annie een slag op de gong en onmiddellijk werd het bevel opgevolgd.
„De clou bewaart ze voor het laatst,” fluisterde Titia Ruth in.
Nadat ze als twaalf groene kikkertjes op handen en voeten van juffrouw Annie naar Titia gesprongen waren, werd nu op de maat der muziek langs denzelfden afstand koppie geduikeld.
Alleen het kleine dikke mannetje deed het niet zoo vlug en vlot als de andere kleintjes en het gaf telkens een gelach en gejuich als hij overstag ging. Een hartelijk applausje beloonde ze en toen trokken ze juichend en springend met de aardige juffrouw Annie weer af. Titia keek hen na en tot