108
„Neen, Janneman, zoo spreken we niet.” Titia trok hem naar zich toe en ze zei hem met een rollende rrrr voor, hoe hij Ruth’s naam moest uitspreken.
De kleine baas met ernstig gezichtje kijkend hoe haar mond en tong de r vormden, deed net zoolang z’n best tot hij die lastige r kon uitspreken.
„Directrice, mogen we..de rest werd in haar oor gefluisterd en er werd geheimzinnig gekeken naar Ruth.
„Wat denkt u, juffrouw Annie?” Titia deed even geheimzinnig als de kleintjes en fluisterde haar iets in.
Juffrouw Annie, een frissche jonge verschijning, stemde direct in en met een vroolijk: „kom dan maar kindertjes!” ging ze met een troepje jongens en meisjes naar binnen.
Over het gelaat van Lize van Meeresteijn trok een spottende trek en zacht fluisterde ze Mia Wartens, die naast haar stond, toe:
„Annie moet natuurlijk weer honden- en apen-theater ver-toonen. Belachelijk! en dat voor die!”
Het „die” ging vergezeld van een smadelijk optrekken van haar kleinen, wat spitsen neus.
„Kijk Chita eens moederlijk doen,” lachte Pol, toen ze haar zuster bij een troepje kleintjes in de zandbak zag zitten, druk doende met „zandtaarten” maken.
„Chita is hier bijna iederen dag,” zei Titia. „De kleintjes zijn dol op haar.”
Pim speelde bokkie over met een paar kleine jongens.
En Ruth, zich wendend tot Mia Wartens, vroeg:
„Tot welken leeftijd worden de kinderen hier opgenomen?”
„Tot vier jaar,” zei deze kort, waarna ze zich omdraaide om zich met de kinderen te bemoeien.
Lize van Meeresteijn volgde haar voorbeeld.
Ruth voelde de opzettelijkheid en ’t was of zich een koude hand op haar hart lei.