104
Pim zich opwond en daarmee een van de bekende kib-belpartijtjes tusschen Chita en haar wilde voorkomen.
Ze gingen allemaal mee er heen en het was een heerlijke duin-wandeling, waarvan vooral Ruth en Stefan, bizonder genoten. Ruth heelemaal vergetend, dat ze eigenlijk naar haar betrekking moest, stond ieder oogenblik stil om een nieuwe ontdekking op het gebied der duin-flora te doen en ze moest den naam van ieder bloempje en grasje weten.
Maarten, die al wat in zijn geliefde duinen groeide, kende, vond het prettig haar te kunnen inlichten en af en toe bleven ze daarbij een eindje achter.
Pim had Stefan verlokt duin op en af met haar te hollen, wat, zooals ze beweerde kleur moest brengen op zijn „olijfkleurige wangen”.
Chita van Oosterwijck, met spottenden blik in de donkere oogen, keek naar de achterblijvers.
„Je beschermelinge schijnt niet erg verlangend te zijn haar nieuwe werkkring te leeren kennen,” beet ze Pol toe.
„’t Komt toch niet op een uurtje aan, wel Ties?” vroeg deze.
„Welneen, laat ze maar rustig genieten van de mooie duinen,” zei Titia. „Als Pim niet zoo opgejaagd had, waren we toch nog bij jullie blijven hangen, Chita.”
„Zeg, Ties, je moet haar hooren cello spelen,” zei Pol. „Een begaafde juffer,” spotte Chita.
Titia’s klare oogen bleven een ondeelbaar moment op Chita rusten, dan zei ze zacht:
„Het meisje heeft ’t niet kunnen droomen, dat ze plotseling uit haar omgeving gerukt zou worden. Ik vind, dat ze ’t allebei voorbeeldig dragen. Je hoort ze er geen woord over reppen en heelemaal geen gescheld, geen hatelijkheden aan het adres van wie het hun aandeden. Dat bewijst wel degelijk hun beschaving.”
„Lekker!” dacht Pol. „Dat heeft Ties haar maar weer even