168
aardige, stoere jongen zich dat bekoorlijke vrachtje niet liet ontnemen. Hij vond het echter beter dit zijn strenge ega niet te zeggen.
„Al dat moderne gedoe van dat troepje bevalt me helemaal niet,” zeurde mevrouw voort. „Stel je voor, Heinen, dat wij dochters in die leeftijd hadden. Zouden we ze dan zo zonder geleide, jongens en meisjes met elkaar, naar de wintersport laten gaan?” Meneer lachte een weemoedig lachje. Hij had zo graag dochters gehad. Dochters, die hem als een vaderlijke vriend zouden beschouwen en gezellig, arm in arm wandelingen met „Paps” gingen maken.
„Waarschijnlijk zouden die dochters dan ook niet gevraagd hebben of wij ze wel lieten gaan, maar ons, zoals de jeugd van tegenwoordig dat doet, geannonceerd hebben, dat ze gingen.”
„Dat had ik dan zeker nooit goed gevonden,” zei z’n vrouw kemphanig. „Stel je voor!”
„Och,” even streek z’n blik over de frisse, bruingebrande jonge mensen, die zich om het interessante meisje in de ligstoel gegroepeerd hadden. „Och,” zei hij dan langzaam. „Wat steekt er voor kwa£3 in? Ze gaan prettig en onbevangen met elkaar om. Het lijkt me een gezonde kameraadschap. En of ze nou in badpak zijn, of in tot de hals gesloten jurkies, ze blijven sportief en gezond. Heus, vrouw, erger je er niet zo aan, er steekt hoegenaamd geen kwaad in.”
De hoge Vrouwe stak nijdig een gebloemd parasolletje op en keerde haar hoofd van de jongelui af.
Maar de volgende dag ergerde ze zich nog meer, want toen gingen alle gasten van „die Rosé” weer een tocht ondernemen, behalve zij, dat malle wicht, en die onbehouwen jongen.
Want Henk had onomwonden gezegd, dat hij niet het minste pleizier in de tocht had en veel liever Bea gezelschap bleef houden.
„Zeg nou niet tegen Bé, dat je niet mee gaat,” had