94
bere stemmingen heeft, waaruit zelfs haar geliefde Tom haar niet kan krijgen. Bé, probeer jij haar eens los te krijgen.” „Let jullie nou maar niet op mij,” verzocht Toet. „Straks klaar ik wel weer op.”
„Het zijn natuurlijk weer perikelen met Maatje of het lieve knapelijn Peter,” veronderstelde Tom. „En het is zo beroerd, dat ze me niet zegt wat er aan het handje is! je tast maar in het onzekere en vraagt je af, wat er nu weer aan scheelt. Ik had haar een tijd lang zo lekker los uit die geslotenheid, maar nu is het weer knudde in het kwadraat!” Toet lei haar hand op Tom’s arm, alsof ze hem wilde manen tot geduld. Hij pakte het tengere handje, drukte er een innige kus op. Ach, hoe gaarne wilde hij haar weg trekken uit al wat haar thuis drukte, maar er was geen schijn van kans op, de tijden waren veel te slecht om een eigen apotheek te gaan beginnen en geld bezat Tom niet.
Bea, die hen tersluiks gade sloeg, frappeerde weer de grote tederheid van Tom en ze dacht, dat Toet wel veel gemist had in haar jeugd, maar nu toch ruimschoots vergoeding kreeg door Tom’s grote liefde en bezorgdheid.
„Waarom vertel je Tom niet liever wat je drukt?” vroeg Bea, toen Jet met Tom en Bob naar beneden was gegaan om hun aan te wijzen waar* ze enige schilderijen opgehangen wilde hebben, want practische Jet maakte iedereen die bij hun kwam, productief.
„Ik vind het zo ellendig, Tom altijd te moeten vertellen, van al dat gekibbel en geharrewar bij ons thuis. Tom, die uit een omgeving komt, waar slechts vrede en liefde heersen. Er is nog iets wat me ontzettend hindert en ik Tom voor geen geld ter wereld zou willen zeggen.”
„Er moet niets zijn, wat je Tom niet kunt zeggen,” vond Bea.
„En als het nu iets is, waar ik me zo vreselijk over schaam? O, kon ik het maar beter voor Tom verbergen, dat er zoveel is, dat me verdriet geeft!”