93
heerlijk in en Jet, toegeeflijk lachend, liet haar rustig een uurtje door slapen. „Dat is jammer,” mompelde ze, toen een luide kreet van de straat weerklonk, als teken, dat er één of enigen van hun troepje in aantocht waren. Gestommel op de trap, lachende stemmen en T. & T. gevolgd door Bob, kwamen naar binnen gelopen.
Bea, gewekt door het lawaai, keek verbaasd in het rond.
„Hoe laat is het?” ze wreef haar ogen uit, loensde naar de binnen gekomen vrienden. „Je hadt me zullen roepen,” verweet ze Jet.
„Zoet maar, dame, de gordijntjes zijn intussen gezoomd!”
„Denken jullie nou niet, dat ik Jet maar voor de hele boel laat op draaien” verdedigde Bea zich.
„We weten wel beter!” spotte Tom. „Jij bent hier gewoon de spil waar alles om draait!”
„Jet,” dreinde Bea. „Ze honen me! Zeg, hoe ik gezwoegd heb!”
„Ze heeft heus gewerkt als een koelie,” zei Jet ernstig. „En dat uurtje slaap heeft ze dubbel en dwars verdiend.”
„Jullie hebt het hier bar knus,” vond Bob, die genoegelijk in ’t rond keek.
„Welk een waardering! en dat voor het rijkelui’s zoontje, dat niet gewend is op zolderkamers ontvangen te worden,” spotte Bea.
„Och, waai op!” mopperde Bob, weinig galant. „Jet, zeg me iets liefs. Bea hakt eeuwig op me,” vleide hij. „Heb je niets voor me te doen? Wil ik je boekhouding vast op streek maken?”
„Er valt nog niets te boekhouden,” lachte Jet. „De uitgaven heb ik in een klein kasboekje opgeschreven en inkomsten zijn er nog niet.”
„Toet!” riep Bea. „Wat ben jij stil! Schort er wat aan, kind?”
„O, heb je het ook in de gaten?” vroeg Tom. „Ik ben juist met haar hier gekomen, omdat ze een van haar som