84
„Dat ben ik helemaal niet,” verdedigde Bea zich. „Ik moet met een maandgeld rond komen, dat heus niet ruim is toegemeten. Maar kousen stoppen vind ik gewoon vreselijk en ik laat er liever iets anders voor, dan ’t zelf te moeten doen.” „Wat laat je er dan voor?” plaagde Jet. „Je sigaretten? of je filmpje iedere week?”
„Ik snoep helemaal niet,” verdedigde Bea zich.
„Dat laat je voor je lijn, geliefde! moest ik je niet kennen ! Jullie weten eigenlijk geen van allen wat het wil zeggen, een legkaart te moeten maken van je uitgaven! Als er iets niet precies klopt, is ’t direct knudde. Ik zie jou al rekenen en altijd maar weer proberen hoe ’t nog een beetje zuiniger kan.”
„En je ziet er altijd even keurig uit,” verbaasde Bea zich. „Hoe krijg je dat dan gedaan?”
„Op de koopjes lopen, Beatrice! en niets aanschaffen wat niet hoog en hoog nodig is. Jij stapt een winkel binnen en laat je met een vorstelijk gebaar de dingen voorleggen. Ik neem er me vrije Zaterdagmiddag voor, druk me neus plat tegen alle winkelruiten, zodat ik vergelijkingen kan maken en neem wat het goedkoopst en meest practische is. Dat is het verschil.”
„Ja,” zuchtte Bea. „Ik kan een hoop bij jou leren.”
„Zeg, doe niet zo tragisch!” spotte Jet. „We zullen ’t best samen klaar spelen. Ik zal proberen een schepsel van je te maken, dat zich beter bij deze magere jaren aan weet te passen, dan je totnogtoe deed met al je weelderige bevliegingen.”
„Mijn ouders zullen je zegenen!” lachte Bea en ze stak eindelijk een sigaret in het lege pijpje.
„Jet,” zei ze dan, terwijl ze tuurde naar een dun rookkolommetje. „Jij en ik nemen de zolderkamer, de grote, waar we een genoegelijke zit-slaapkamer van maken. De maagd kan dan op de kleine kamer, die we ook gezellig kunnen maken.”