68
achter gooiend zei: „Ik ben niet altijd zo afwezig en Bé is niet altijd zo modest. Heeft u nog meer vragen op uw hart?”
Peter, gewend aan meisjes, die onmiddellijk épris van hem waren, keek haar verbaasd aan.
„Wat een stekelvarken!” dacht hij, in z’n wiek geschoten.
„Welke rol denkt u in het pension Jet — Béa te spelen?” vroeg Els dan.
„Ik denk Manusje van alles!” spotte Peter. „Zoiets van: ’s morgens de kachel in de kelder opstoken voor de centrale verwarming, schoenen poetsen, kinderen van omwonende famiües naar school brengen, etc.!”
„Nou, als u dat allemaal naar behoren doet, is u uw geld waard,” zei Els droog.
„O, dacht u, dat ik het meende?” vroeg Peter beledigd.
„Neen, daar is u veel te verwend voor, te slap!” Els’ gezicht was een en al triomf.
„Of m’n lieve zuster ook gekletst heeft,” dacht Peter en hij keek met woedende blikken Toet’s richting uit.
Op de seatty zaten Bea en Henk. Ze hadden samen zullen dansen, maar waren al pratend, blijven zitten.
„Ik vind ’t een stapel plan,” zei Henk. „Maar als jullie ’t met alle geweld willen doorzetten, schrijf mij dan op voor een pied a terre. Zo’n klein, genoegelijk hok, waar ik m’n boeken, m’n pijp en m’n toffels kan hebben als ik aan wal ben.”
„Idiootje!” lachte Bea. „En dan zeker doorbetalen, terwijl je er het grootste deel van de tijd niet bent.”
„Wat kan mij dat nou bommen? ’t Lijkt me een reuze idee, te weten, dat er tenminste een gezellig hok is, dat op me wacht.”
„O, hemel!” dacht Bea verveeld. „Daar beginnen de toespelingen weer en ze nam zich voor ’m te laten bakken met z’n hok, al zouden ze ook geen pension-gast hebben.