2l8
aangeboden me te komen halen, derangeer je dus niet.” „Net zoals u wilt, het is anders helemaal geen derange-ment voor me, want ik heb toch geen andere plannen. Ik blijf eerst een beetje werken en dan ga ik een lucht je scheppen, dus laat Jet nu geen omweg voor u maken.”
„’t Kan niet beter,” verkneuterde mevrouw zich. „Als hij de gelegenheid nu niet aanpakt, wanneer moet hij het dan doen!”
„Tracteert u op champie, als we bij onze thuiskomst een verloofd stel vinden?” deed Jet overmoedig. Maar ze had mevrouw’s moderniteit nu toch overschat, want deze zei een beetje kort: „Dat zou hij toch zeker niet doen alvorens er met zijn moeder over gesproken te hebben.”
Ze waren overeen gekomen, dat mevrouw ’s avonds een belletje zou geven om Bea te verzoeken Reindert er aan te herinneren, een brief, die op mevrouw’s bureau lag nog even te posten.
Maar het zou alles anders uit komen, dan de twee koppelaarsters het zich voorgesteld hadden.
Reindert, die op iedere gelegenheid loerde om samen met Bea te kunnen zijn, had, toen hij hoorde, dat Jet ook uit ging, zijn plan de campagne al klaar. Hij had zich verdekt opgesteld achter het raam en gegluurd of Jet het huis nog niet verliet.
„Het zit er dood op, dat Bea ook ergens heen trekt,” mompelde hij. „Moeder sprak wel van Jet’s uitgaan, maar van Bea zei ze niets.”
Eindelijk zag hij ook Jet vertrekken en nadat hij nog even gewacht had, toog hij naar boven en klopte hij bij Bea aan.
„Wat ziet ze er deksels lief uit,” dacht hij, toen hij Bea aantrof in de rood zijden casaque en de gouden muiltjes. Bea keek verrast op uit haar boek.
„Ben je ook thuis? ik dacht, dat je mee was.”
„Neen, meisje, ze hebben ons eenzaam en verlaten ach