2l6
sympathiek vond en haar houding ganselijk anders was, dan tegenover andere mannen. Lang niet zo van boven af, had Jet gezegd en haar woorden hadden mevrouw goed gedaan.
„U is een geboren koppelaarster,” had Jet haar geplaagd, toen mevrouw zei, dat ze Reindert eigenlijk eens de gelegenheid moesten geven om vrijuit met 'Bea te kunnen spreken. „We zijn er altijd zo bij,” vond mevrouw en ze vroeg of Jet niet eens een plannetje kon beramen, opdat Reindert met Bea alleen kon zijn.
„Maar, mevrouw! is dat wel passend in ons degelijk pension?” had Jet gespot. Mevrouw had de plagerij helemaal niet kwalijk genomen en gezegd, dat ze aangestoken was door de moderniteit van pension Molenaar.
„Dan zullen we eens plannen moeten maken om er samen van door te gaan,” beloofde Jet, maar totnogtoe had ze er geen kans toe gezien, Want ze was bang, dat Bea het niet aardig zou vinden, als mevrouw, ’s avonds met haar, Jet, alleen ergens heen toog.
Maar onder het boenen en plassen rijpte er een plan in haar bol. Ze zou een avond op visite gaan bij een van haar vroegere kantoor-collega’s en dan moest mevrouw het maar zó zien in te richten, dat ze ook de een of andere kennis ging opzoeken. Als ze het een beetje slim wisten aan te leggen, zou het best in orde kunnen komen. En dan moesten ze Reindert telefoneren een boodschap bij Bea af te geven. Hiep hoj! dat was dik in orde!
„Waar grinnik jij zo om?” vroeg Bea.
„Ik?”
„Je grijnsde gewoon!”
„Weet ik niet eens. Misschien omdat we zo lekker ópschieten.”
„Nou, dat is een grondige reden om te grinniken,” vond Bea. „Vreselijk, Jet, dat ons hele heil zit in het vlug ópschieten, van een kamerbeurt! We worden een paar echte muffe juffertjes! En jij kunt dit ook niet menen, maar