209
me zal vragen? Is het omdat het allemaal zo verbijsterend vlug is gegaan? Hoe kort is het nog maar geleden, dat ik Reindert onuitstaanbaar vond! en als ik hem niet beter had leren kennen door zijn moeder’s ziekte, dan had ik hem waarschijnlijk nooit gezien zoals hij in werkelijkheid is. Ik geloof, dat ik veel van hem houd, in ieder geval weet ik zeker, dat ik me nog nooit bij iemand ter wereld zo rustig, zo veilig heb gevoeld, als bij Reindert. Al waar ik vroeger naar gehaakt heb en wat me toeleek een ideaal te zijn, is weggevallen en ik weet nu tenminste, dat het geluk niet bestaat in uitgaan en luxe. Reindert heeft dat rustige, dat huiselijke, dat vader ook heeft en dat me vroeger zo kon hinderen als ik thuis was. Het knusse samen zitten van vader en moeder, hoe goed kan ik het me nu begrijpen. Het is nog maar zo kort geleden, dat ik niet eens wist, of ik mijn leventje zoals het nu is zou kunnen volhouden, zonder naar iets gezelligers te verlangen. Heeft Reindert die ommekeer bij me teweeg gebracht, of is het Jet’s knusserige huiselijkheid, het van alles een feest maken, dat me zo veranderd heeft? of is het allebei? Reindert is de eerste man, waarvan ik niet denk: met jou zou ik geen heel leven door kunnen komen. Misschien denkt hij helemaal niet aan me en is het alles pure verbeelding van me.”
Tot zo ver was ze met haar gedachten gekomen, toen het haar plotseling door het hoofd schoot, dat Reindert eigenlijk net zo bezorgd en hoffelijk voor Jet was als voor haar. Die gedachte gaf haar toch een gevoelige steek.
„Niet, dat ik het Jet zou misgunnen, die lieverd verdient een man als Reindert, maar ik kan me nu het verdriet van Sitske Tjaarda voorstellen, waar heel Heerenveen de mond van vol had, die een betrekking in Indië aannam, omdat de man waar ze van hield en waarvan ze stellig dacht, dat hij ook van haar hield, haar tweelingzuster ten huwelijk vroeg. Ik voel nu, dat ik het Jet zeker niet zou misgunnen, helemaal
We slaan er ons door.
14