„Ik ben niks leuk als ik mager word,” zei Tom op verongelijkte toon.
„Een beetje minder leuk is ook nog goed,” vond Rienstra en Tom knikte hem dankbaar toe.
De anderen, aangestoken door Tom’s eetlust, bestelden nu ook wat. Maar Bea, die eerst een van de vrolijkste was, zat in gedachte verzonken naar één punt te staren.
Reindert volgde haar blikken en zag, dat die een tafeltje golden, waaraan een jong- en een bejaard echtpaar zaten.
Even later stond Bea plotseling op en zich tot mevrouw van Vliet wendend, zei ze: „Ik zou graag even naar kennissen van me gaan, excuseert u mij even?”
„Wie zijn die lui waar Béetje heen zweeft?” vroeg Tom nieuwsgierig.
„Ik geloof, dat het jonge vrouwtje een kennisje van de Toneelschool is,” lichtte Toet in.
Reindert, die telkens tersluiks naar Bea keek, zag haar in een geanimeerd gesprek gewikkeld met de oudere heer.
„Wie het zijn zouden?” vroeg hij zich af en hij betrapte zich op het gevoel van een lichte jalouzie op de mensen, die hij niet kende en die misschien een grote plaats in Bea’s hart innamen.
„Zouden we het ontrouwe wicht niet eens terug roepen?” stelde Tom voor, toen de kellner de bestelling al geruime tijd had neergezet en Bea nog steeds niet weergekeerd was.
„Welrieen,” zei Jet. „Laat haar toch met rust, ze zal het gezellig vinden met een oud kennisje te praten.”
„Een leuk oud kennisje!” mopperde Tom. „Ze zit aan één stuk door te praten met het bejaarde meneertje!”
„Ben je een beetje jaloers?” schertste Toet. „Ik geloof, dat hij stiekum altijd een penchant voor Bé had.”
„Stiekum? heel openlijk,” bekende Tom. „Béetje is een reuze lieverd en ik gun haar niemand.”
Jet en Toet wisselden een begrijpende blik. Tommetje