204
alle gemakken voorzien. Komt u ons eens bezoeken? mijn vrouw maakt uitgebreide thee-eees!”
„We komen van de week eens een kopje halen,” beloofde mevrouw. „Op een van onze wandelingen, hè Bea?”
„Dik an!” fluisterde Tom Jet in en zijn ogen keken ondeugend van Bé naar mevrouw.
„Erg gezellig,” vond Toet.
„Wij worden niet geïnviteerd,” deed Jet beledigd.
„Zoet maar,” lachte Toet. „Jullie krijgt allemaal een beurt. Tom heeft me laatst verweten, dat ik nog geen gezellige avonden had gegeven! een beetje veeg teken, als hij na twee huwelijksmaanden al naar gezellige avonden haakt, vind jullie niet?”
„Toet, je bent een slecht wezen,” verweet Tom haar. „Je vertelt de dingen niet zoals ze gebeurd zijn. U moet weten,” wendde hij zich tot mevrouw van Vliet, alsof hij het alleen maar de moeite waard vond zich voor haar te verantwoorden, „dat we op een avond voor de zoveelste maal naar alle mooie geschenken keken, die we bij ons houwelyck van dierbare familieleden en kennissen kregen, en ik tegen Toet zei: „we moeten ze maar eens één voor één vragen, we kunnen niet minder, hè?”
Het gaf natuurlijk een algemeen gelach en de meisjes zwoeren, dat ze op geen enkele invitatie van Tom zouden ingaan.
„Dat is ook juist de 'bedoeling,” plaagde Tom. „Zeg, van wat anders gesproken: hebben jullie ook zo’n honger? ik weet niet wat jullie doen, maar ik moet een halve uitsmijter hebben.”
„O, wee, Toet, dat pleit niet voor je keuken,” lachte Jet. „Daar is gewoon geen koken tegen,” verdedigde Toet zich. „Uw man is wel een beetje te corpulent voor zo’n jonge man,” vond mevrouw van Vliet
„Dat vind ik buitengewoon mild gezegd, waar ’t zo’n kolos betreft,” plaagde Bea.