193
choco wil ik u geen verwijt maken, want daar ben ik gewoon dol op!”
„Des te beter, dan weet ik tenminste waarmee ik u een pleizier kan doen. Is u nog bij de zieken geweest?”
„Twee beginnen weer praats te krijgen — te weten, de dames Rienstra en Molenaar, Geert, zei er geen een en blieft niks.” Ik ga ze straks allemaal bef ruiten en dan linea recta naar mand.”
„Spot u, of is het werkelijk gemeend?”
„Het was een makkelijke overwinning voor u, want ik heb ontzettende slaap, maar zonder uw aandringen zou ik nu slaperig en wel over ladders in kousen gebogen zitten.”
Bea ging nog even naar mevrouw van Vliet kijken, die onrustig was en om drinken vroeg.
„Ik zal uw verband nog eens vernieuwen,” zei Bea, terwijl ze haar het glas melk met Emserwater aanreikte.
„Ik krijg het zo warm van die hete melk,” klaagde mevrouw.
„Dat moet ook,” monterde Bea haar op.
„Heeft Reindert de werkster voor u kunnen krijgen?” informeerde ze en Bea vond het haast een te grote intimiteit, dat er maar over „Reindert” gesproken werd met „de pensionjuf.”
„Wat heeft u toch met me te stellen,” was het, toen Bea het waterverband ververste. „Als ik weer beter ben, zal ik het niet vergeten.”
„Als u weer beter is, zetten we de bloemetjes buiten en geven we een gemeenschappelijk feest voor al de patiënten uit den Huize Molenaar.”
„Dat is nog helemaal niet zo’n onaardig idee,” vond mevrouw en ze dacht, dat er in het praten van dit meisje iets was, dat je opwekte en je zin gaf om van het leven iets ge-zelligers te maken, dan het in de afgelopen maanden was geweest.
Toen Bea, nadat ze alles klaar had gezet, wat mevrouw
We slaan er ons door.