i86
thuis en we spraken maar even met elkaar. Toen moeder thuis kwam ontdekte ze direct de verandering die in me plaats had gevonden en toen ze van Geert hoorde, dat u in de kamer was, gaf ze u de schuld van mijn ontsnapping aan haar sterk bewind. Ik geloof, dat ze er nog met juffrouw Jet over gesproken heeft en die schijnt haar op flinke wijze geheel overtuigd te hebben van uw volkomen onschuld aan mijn metamorphose. Het mooiste van de grap is echter, dat u er helemaal niet zo onschuldig aan was en moeder het bij het rechte eind had, alleen, u was u zelf niet bewust van uw medewerking aan mijn bevrijding.”
„In het minst niet,” verwonderde Bea zich.
„Ik geloof niet, dat ik het u uit kan leggen,” weifelde Reindert.
„Misschien was het uw spottend gezicht, of het sterke, wilskrachtige, dat van u uitgaat, ik kan het u niet goed duidelijk maken, maar wel weet ik, dat na die ene middag mijn wil om een vrij man te worden, opeens een geweldige stoot kreeg en ik al sterker en sterker werd. Tenslotte komt zo’n ommekeer niet opeens en zijn er allerlei oorzaken, die er toe meewerken. Zo heeft het me ook geweldig veel goed gedaan af en toe met Rienstra te kunnen praten.”
„Ja,” lachte Bea. „We hebben al opgelet, dat het de laatste tijd erg chaud tussen meneer Rienstra en u is geworden. Zo echt, juffertjes uit een pension, hè? die alle gangen van hun pensiongasten na gaan. Neen, maar we zagen u beiden op een avond heel broederlijk samen thuis komen en toen spitsten we de oren en vroegen ons af, hoe die kennismaking tot stand was gekomen.”
„O, dat was heel toevallig, ik kan de nieuwsgierige juffertjes nu op de hoogte brengen. Ik was naar het Concertgebouw en stond in een gietbui op de tram te wachten, toen plotseling meneer Rienstra me aansprak en vroeg of „de twee buurlui” niet verstandiger deden samen een taxi te nemen. We zijn toen in het café op de hoek gaan zitten,