185
„Moeder is 20 lang ik me kan herinneren nooit ziek geweest en nu maakt ze zich ongeruster, dan een ander zou doen. Maar ze is een zeer sterke vrouw, in ieder opzicht, juffrouw van Heusden. U heeft er geen idee van hoe ’n sterke wil ze heeft. Het heeft me heel wat moeite gekost, om onder die sterke, overheersende wil vandaan te komen. Maar ik heb volgehouden en juist de laatste maanden is onze verhouding veel prettiger geworden. Moeder kon maar niet wennen aan het idee, dat ik een man was geworden, een man met een eigen wil, een eigen mening. En dat heeft in het begin veel kwaad bloed gezet, en iets heel onaangenaams gebracht in onze verhouding. Maar de laatste tijd heeft moeder zich aangepast, wordt er niets meer gevraagd als ik uit ga en is onze toon weer normaal geworden.”
„Dat is heel prettig voor u,” vond Bea. „Me dunkt, een man van uw leeftijd wil zijn eigen baas zijn en niet altijd aan de leiband lopen.”
„Zegt u eens eerlijk, heeft u me niet danig uitgelachen en met juffrouw Jet over me gespot?”
Bea vond het een penibele vraag. Wat moest ze hierop antwoorden? ze had er ook niet veel zin in hem voor te liegen.
„Ik zag soms aan het spottende in uw ogen, hoe u u vermaakte met mijn weinig mannelijke houding. Is het niet zo?”
„Eerlijk gezegd, hebben we er wel eens om gelachen,” gaf Bea toe. „We zijn erge spotvogels.”
„Ik heb het gevoeld, van de dag waarop we hier kwamen. En het is goed geweest, ik ben er u dankbaar voor, want eigenlijk heeft u er de stoot aan gegeven.”
„Ik?” vroeg Bea verbaasd. „Ik ben me er helemaal niet van bewust.”
„Neen, het was ook onbewust, dat is juist het aardige. Maar het was op een middag, nadat u een tijdje weg was geweest en weer bij ons kwam dekken. Moeder was nog niet