183
„Neen, heus niet,” sloeg Bea zijn vriendelijk aanbod af. „Het is mischien maar om een paar dagen te doen en dat kan ik best volhouden.”
„Dan moeten we er iets anders op zien te vinden.” Rein-dert’s stem was zeer mannelijk, vond Bea en ze lachte heimelijk. „In ieder geval zal ik u zoveel mogelijk helpen,” beloofde hij.
De dokter, die ’s middags kwam opdagen, constateerde bij Jet griep en een lichte bronchitis en bij Geert voorlopig nog alleen griep.
„Dat kan een vervelende geschiedenis voor u worden,” zei hij meewarig tegen Bea. „Past u maar op, dat u er vrij van blijft en neem af en toe een Formamintje.”
Maar |5ea zei, dat ze vastbesloten was geen griep te krijgen en ze het dan ook niet kreeg.
Reindert, heel practisch, had voorgesteld, dat „de drie overlevenden” de maaltijden bij elkaar zouden gebruiken, om onnodige drukte te vermijden en mevrouw van Vliet, die door haar ziek zijn hoe langer hoe toleranter werd, vond goed, dat dit in hun zitkamer zou gebeuren. De twee heren hielpen Bea ridderlijk met het opdienen van het eten en Reindert hielp haar zelfs met vaten wassen.
„Ik betreur het, dat ik niet mee kan helpen aan „de vaat,” zei Rienstra. „Het is zo’n gezellige boel en ik voel opeens, dat ik in de wieg ben gelegd voor huisvader.”
„Waarom komt Geert helemaal niet boven?” vroeg Jet, toen Bea haar een kop bouillon bracht.
„Omdat ik je zelf wil bedienen,” jokte Bea onvervaard. „En drink nou alsjeblieft die bouillon op, want je wordt zo slap als een vaatdoek als je niets gebruikt.”
„Het smaakt me heus nog niet,” stribbelde Jet tegen. „Toe, laat me nu maar rustig liggen en kom niet telkens naar boven gehold. Je ziet er zo moe en bleek uit.”
„Pure verbeelding,” zei Bea en ze nam zich voor een „tikje rood” op te leggen als ze naar Jet ging.