i8i
„Geert en jij hebben het nu druk genoeg. Gaat alles goed? heb je geen last met mevrouw van Vliet?”
„Het goede mens eet gewoon uit m’n hand. En de rest is ook best tevreden. Ze smullen van ons kooksel,” jokte Bea onvervaard en ze dacht, dat het niet lastig was om voor twee zulke makkelijke zielen te moeten koken als voor Reindert en de lichte gleufhoed.
„Ze moest weten, dat er twee zieken bij zijn gekomen en Geert ook al op apegapen ligt,” dacht Bea, toen ze zag hoe gerustgesteld Jet was door het valse bericht. „Heb je nog hoofdpijn?” informeerde ze dan.
„Gaat nog al.” Jet zei niet, dat haar armen en benen bar veel pijn deden en haar slapen hamerden.
Maar Bea zag best, dat Jet zich heel ziek voelde en toen zij een hoestaanval kreeg, sloeg Bea de schrik om ’t hart.
„Of je nu al bromt of niet,” zei ze opeens vastbesloten. „Ik laat de dokter komen, die geeft je dan meteen wat voor die vervelende hoest.”
„Misschien kan ikl dan eerder opstaan.” Jet voelde zich te moe om veel tegen te sputteren en sloot alweer de ogen.
„Drie verschillende doktoren in ons klein pension,” dacht Bea, terwijl ze op de telefoonlijst naar het nummer van hun dokter zocht. „Echt Jet,” lachte ze dan, „Brandweer, politie en dokter boven aan de lijst! Eigenlijk heel practisch! ik heb het niet eerder opgelet en zocht onze esculaap daardoor op z’n eigen naam.”
In de keuken was Geert bezig de ontbijtboel af te wassen, maar JJea zag direct, dat ze het niet op de haar eigen vlugge wijze deed.
„Voel je je vervelend, Geert?” vroeg ze.
Geert vocht met haar medelijden voor juffrouw Bea, die ze zo ongaarne voor alles alleen liet „opdeunen” en de bijna ondragelijke hoofdpijn. Bea zag, hoe ze telkens met haar zakdoek het warme voorhoofd afveegde en moeite deed op de been te blijven.