174
veel weg zal zijn, dat houdt de boel fris. Je moet niet vergeten, dat Henk een flinke déceptie heeft gehad en het valt niet mee om de herinnering aan die andere helemaal te verbannen. Dat denk ik tenminste, tenslotte ben ik geen expert op dat gebied. En nu ga ik slapen, Béetje, ik rol gewoon om van de maf.”
Het was al ver in de nacht toen Bea nog wakker lag en heen en weer in haar bed woelde. Als in een film trok alles
„Luilak! is me dat een gat in de dag slapen! het is tien uur!”
wat haar in de laatste tijd zo fel bewogen had, voorbij haar geest.
„Vreemd is mijn leven geworden,” peinsde ze. „Eigenlijk heel wat anders, dan ik ervan verwacht heb. Ik voel me niet ontevreden zoals het nu is, maar toch zal het me op de lange duur niet blijven bevredigen pension te houden. Ik zou het die goeie Jet niet durven zeggen en er zal heel wat moeten gebeuren eer ik haar in de steek zal laten, maar het zou een wanhopig idee zijn, als ik m’n hele leven dit zou moeten blijven doen. Wat is het toch in me, dat eeuwige zoeken