168
gelukkig niet nodig en laat Toet maar oppassen, dat ze niet helemaal onder de plak komt, als jij er zulke ideeën op na houdt. Kom, ik ga naar huis. Ik zal Henk schrijven, dat jullie verbazend hartelijk en aardig over onze verloving spraken.”
„Vraag hem dan meteen uit onze naam, waarom het nodig was, dat er zo geheimzinnig gedaan werd en of dat vriendschap moet heten,” zei Tom. Jet, die Til uitliet, en het wat onaangenaam vond, dat Til erg koel afscheid had genomen, hield haar nog even terug en zei:
„Het is inderdaad weinig vriendschappelijk wat jullie deden; je had kunnen weten, dat het door ons clubje niet aardig opgenomen zou worden.”
„Och, Jet,” deed Til gewichtig. „Kun je nu niet begrijpen, dat het om Bea ging. Het was zo pijnlijk het haar te moeten zeggen. Er is toch eenmaal iets geweest tussen Bea en Henk.”
„Je bedoelt, dat Henk een tijdlang hopeloos verliefd op Bé was,” zei Jet wat scherp, want dat overal bij slepen van Bea begon haar te vervelen. „Van Bea’s kant was er niets en als Henk je dit misschien heeft doen geloven, dan kan ik je zeggen, dat het beslist onwaar is, versta je me?”
„Henk heeft er helemaal niet met me over gesproken,” verdedigde Til hem. „Het is van mij uitgegaan, het stil te houden. Ik vond dit beter en ik beloofde Henk het te gaan zeggen, zodra hij weg was. Ik hoorde toen van Els, dat die er al over gesproken had en wachtte toen maar tot ik naar jullie toe zou gaan om over moeder’s inwonen bij jullie te komen spreken. Dat is de hele kwestie.”
Jet’s brein werkte snel. Waarom in ’s hemels naam had Til gewacht met het te zeggen tot Henk weg was? ze moest toch drommels goed weten, dat er van Bé’s kant niets was geweest. En opeens schoot de waarheid door haar hoofd. Dat zou ze haar eens even vertellen.
„Wil ik jou eens wat zeggen? jij bent afschuwelijk jaloers