163
ervan snappen doe ik niet. Niemand is blijer, dan ik, dat Henk eindelijk iemand gevonden heeft...” ze had willen zeggen: die hem mij heeft doen vergeten, maar een blik op Jet, deed haar plotseling haar zin veranderen in: „waarmee hij alle lief en leed zal kunnen delen.”
„Van harte, Til!” deed Jet wat luidruchtig. „$Béetje, hebben we niets onder de kurk staan? daar moet noodwendig op geklonken worden.”
„Het is fijn,” zei Til dromerig. „Zo gek eigenlijk, dat je elkaar jaren lang kent en mekaar nu met heel andere ogen bekijkt. Kanderen, we hebben zulke zalige weken gehad, er was een harmonie tussen ons, die door niets verstoord werd. Zwei Seelen und eine Gedanke!”
„En heeft die goeie Henk net zo gedweept?” vroeg Jet, die opeens ook wrevel voelde opkomen.
„Net zo,” knikte Til ijverig. „Ik heb nooit kunnen denken, dat er zoveel teerheid, zoveel zachtheid in Henk was.”
„Jij hebt ’t er natuurlijk uit weten te peuteren,” stelde Bea vast. „En je hebt hem zeker braaf verwend ook tijdens zijn verlof, daar kun je mee terecht, geloof ik.”
„Och, verwend, dat is het woord niet. Natuurlijk deed ik alles, zoals hij het wilde. Hij is maar zo kort hier en dan moet je het hem wel zo echt gezellig maken.”
„Geef je je lessen er aan?” vroeg practische Jet. „Welneen, ik zal juist proberen er nog wat bij te krijgen, dan hebben we het een beetje ruimer. Maar ik ben van plan alleen ’s morgens te werken, anders is het zo saai, als Henk met verlof thuis is. We hebben het allemaal keurig voor elkaar en Henk heeft me al z’n spaarduitjes gegeven, om de inboedel te gaan kopen. Wie had dat kunnen denken, kinderen, dat ik nog eens zó gelukkig zou worden!”
„En nu je moeder,” zei Jet. „Waarom gaat ze eigenlijk op kamers wonen?”
„Het huis is toch te groot voor moeder en, weet je, Henk vindt het zo’n dol gezellig huis. We richten het natuurlijk