i6o
moest het weten! geen rust zou de goede man hebben, als hij wist, hoe eenzaam mijn verder leven zal zijn. Juffrouw Molenaar, ik dank u voor uw bereidwilligheid een oude vrouw te willen aanhoren en... u zult verder geen last van mij hebben.” Ze stond uit haar stoel op, reikte Jet de hand.
„Uit de gratie,” dacht Jet, terwijl ze naar boven liep, „dat heb ik nou aan Reindert’s slippertje te danken. Voor mijn part keert de verloren zoon weer tot zijn moessie terug, anders zie ik er nog van komen, dat ze hier niet blijft. Wat is pension houden toch een moeilijk beroep, je bent eigenlijk nooit zeker van je huurders.”
Bea brandde om te horen waarom Jet naar beneden was gecommandeerd.
„Was de weeuw in zak en asse door Reindert’s uithuizigheid?” lachte ze.
„Och, ’t is een zielepiet,” zei Jet. „Maar lastig is ze wel en ik hoop van harte, dat het Reindert gelukken zal voet bij stuk te houden. Jij hebt vanmiddag toch niet met hem gesproken, wel?”
„Ik?” verbaasde Bea zich. „Ik heb misschien drie woorden met het lam gewisseld. Neen, nou is de 'boot an, zou Geert zeggen, arme Bea zal het nog gedaan hebben! Maakte de weeuw zinspelingen op zoiets?”
„Ze denkt, dat iemand hem bekeerd moet hebben en omdat jij nu juist tafel dekte en Reindertje alleen met je was, is haar verdenking op jou gevallen. Maar, dank zij mijn knappe verdediging ben je weer van alle smetten vrij.” „Vervelend is het toch,” peinsde Bea. „En ik wilde, dat het mens niet altijd een gevaar in me zag voor haar zoon.” „Komt wel,” troostte Jet. „Ze denkt nu al veel milder over je en ten slotte moeten we maar een beetje consideratie met haar hebben. Ze is een door en door verwende vrouw en het zal een hele deun voor haar zoon zijn haar te wennen aan het idee, dat hij een man met een eigen wil is.
„Jij bent een wijze, weldoende engel en ik zie je nog best