157
Mevrouw van Vliet zat nog net zo onbewegelijk als Geert haar verlaten had.
„Gaat u zitten, juffrouw Molenaar,” klonk het plechtstatig.
Jet, even kaarsrecht als mevrouw, zette zich tot luisteren.
„Kunt u me ook zeggen, juffrouw Molenaar, of vanmiddag, toen... ik... uit... was.. ” ze wachtte even. „Of toen die juffrouw van Heusden langere tijd bij mijn zoon is geweest?”
Jet maande zichzelf tot kalmte aan. Wat was dat weer, van dat hatelijke mens, om Bea te verdenken samenkomsten te hebben met haar zoon. Als ze dacht, dat ze <Bea liet beledigen had ze het glad mis en zou ze van een kouwe kermis thuis komen!
„Juffrouw van Heusden is net zo lang op uw kamer geweest als nodig was, om tafel te dekken.” Ijskoud, zei Jet het.
„U was waarschijnlijk in de keuken bezig en hebt niet kunnen controleren hoe lang het was.”
„Dit is inderdaad waar. Het is ook niet de gewoonte, dat ik juffrouw van Heusden controleer, mevrouw van Vliet. Ik weet, dat ze geen minuut langer boven blijft, dan nodig is.”
„U is erg goed van vertrouwen,” klonk het spottend. „Laat ik u dan zeggen, dat mijn zoon van het ogenblik af, dat die juffrouw van Heusden met hem samen op de kamer was, tegenover mij veranderd is als een blad aan een boom. U heeft er geen idee van,” haar stem stokte en ze deed moeite haar tranen in te slikken, „hoe bruut, hoe onrespectvol hij me behandeld heeft. Als ik u zeg, dat hij voor de eerste keer,” mevrouw zweeg even, ze had haar stem niet langer in haar macht, „voor de... eerste... maal... al.. leen, zonder me te zeggen waar.. hééénü” haar stem werd hoe langer hoe scheller, „en... met wie ... uit is gegaan!”
„Ik begrijp niet,” zei Jet, die in het minst niet ontroerd was door mevrouw’s aandoening, „wat dit te maken