155
candidaat-notaris was, alles te laten vertellen, wat hij die dag gedaan had. Volgens vast programma lazen ze daarna de courant, om vervolgens een spelletje bridge a deux te spelen en op tijd naar bed te gaan.
Reindert beende rusteloos door de kamer.
„Als ik nu toegeef, ben ik verloren,” sprak hij zichzelf toe. „Ik moet doorgaan en moeder wennen aan het idee, dat het van nu af uit is met het oude régime.”
Een stout plan rijpte in zijn brein. Hij zou zich aankleden en haar door de deur toeroepen, dat hij een afspraak had en uitging. Het leek hem een hele onderneming en hij wist op geen stukken na waar hij heen moest gaan. Al ijsberend, nam het plan vastere vormen aan. Hij zou naar een bioscoop gaan, want z’n avond door te brengen in een café, daar voelde hij bitter weinig voor. Langzaam liep hij naar de hall, nam zijn hoed van de kapstok draaide die om en om, zette die toen haastig op en begaf zich naar de kamer van zijn moeder. De deur was dicht, wat hij ook verwachtte.
„Moeder, ik heb een afspraak met een collega, als ik wat laat ben gaat u dan maar naar bed, ik draai het licht wel uit en sluit de kamer.”
Hij hoorde haar iets roepen, maar holde weg, of iemand hem op de hielen zat.
„Laf,” berispte hij, zichzelf, toen hij de huisdeur achter zich dichtsloeg.
„Laf, om haar wijs te maken, dat ik met een collega uitga en misselijk, om weg te lopen uit angst zwak te worden.”
„Krimmes, juffrouw,” zei Geert, die de vaat stond te wassen met Bea.
„Ik haalde zo pas de post naar boven en toen zag ik meneer van Vliet uit gaan. Hij liep als een haas! vast mot met z’n moe.”
„Ging ie alleen uit?” kreet Bea. „Geert, weet je het wel zeker? was de Hoge Vrouwe er niet bij?”