154
„Het is alleen maar zo heel toevallig, dat ze dekte nu ze wist, dat ik uit was.”
„Ik begrijp het verband niet heel best,” Reindert’s stem begon vaster te klinken. „De laatste weken was ze toch niet hier, toen kon ze dus niet dekken. Maar bovendien, moeder, al dekte ze hier iedere dag, wat kan u dat schelen?”
„Ik weet wel, dat ik niet meer uit zal gaan, zolang dat mens hier in huis is!” vastberaden stond mevrouw’s wat nijdige kin boven het kanten guimpje, dat ze trouw was gebleven.
Geert klopte aan, bracht de soep binnen en mevrouw klemde de smalle lippen opeen, wachtte gelaten tot Geert de kamer had verlaten.
„Zout is die soep,” zei ze dan verbeten.
„Ik proef er niets van.”
„Neen, natuurlijk niet, jij vindt alles even hemels in dit pension.”
„Ik meen me te herinneren, dat u drie dagen geleden nog de lof bezong van ditzelfde pension.”
Reindert kreeg pleizier in het geval en had Bea’s 'beeld niet meer op te roepen, om moed te krijgen.
Mevrouw verslikte zich in een doperwtje en Reindert stond enige angstige ogenblikken uit. Het leek hem niet doenlijk, haar na hun onverkwikkelijke woordenwisseling, gemoedelijk op de rug te kloppen.
„Dank je wel,” weerde ze af, toen hij haar een korstje brood toereikte om het doperwtje naar beneden te werken.
Het maal werd verder zwijgend gebruikt en Reindert lette met toch een beetje wroeging op hoe weinig zijn moeder at, terwijl ze toch anders een gezegende eetlust had. „Tenslotte hoeft een mens op leeftijd niet zoveel te eten,” troostte hij zichzelf.
Toen Geert af gedekt had, trok mevrouw zich terug in haar slaapkamer. Dit was geheel in strijd, met andere avonden, wanneer ze juist dat uurtje gebruikte om Reindert, die