*49
pot” zoals ze haar kooksel betitelde. „Wat had ze voor hevigs?”
Bea vertelde, vroeg of Jet het eens was met de raad, die ze Els gegeven had.
„Volkomen,” stemde Jet in. „Els is een beste meid en om de maan niet lui, maar ze heeft een handje om een ander van z’n werk te houden en het is heel best, dat haar dit eens onder het oog gebracht wordt.”
„Och,” zei Bea, die een zwak voor Els had, „toch zou ik haar dolgraag een beetje helpen. Je moet rekenen, dat ze totnogtoe niet veel geluk in def liefde had. Het schijnt nu menens te zijn, al doet ze een beetje dik. Ik moet er eens over denken. Die Pa zit haar nu dwars, maar de man heeft groot gelijk, alleen zou het goed zijn, als hij een beetje vriendelijker gestemd werd voor Elsevier. Hij ziet nu natuurlijk de ondergang van zijn beminde spruit in haar! Ouders kunnen zo heerlijk overdrijven.”
„Schrijf een roman en ga die aanbieden bij Pa van Stralen,” lachte Jet.
„Daar zie ik geen kans toe, maar ik heb wel een ander idee, ik moet het alleen nog eens goed overdenken.”
„Als je maar geen domme dingen doet.”
„Neen, geliefde, ik beloof het je.”
„Wie dekt vanavond bij van Vliet?” vroeg Jet. „Genieperd! moest je niet weten, dat mij vanavond die hoge eer te beurt valt.”
„Je bent er een hele tijd van verschoond geweest, het wordt tijd, dat je het weer eens doet, anders vergeet mevrouw je.”
Bea toog naar boven en begon de tafel te dekken.
„De brave vrouw is zeker nog niet thuis,” dacht ze, want er was niemand in de kamer.
JBea moest zich even bedenken waar de boel ook weer stond.
„Laat ik nu niets vergeten, anders heb ik het weer direct